A.J.M. Diepenbrock
Amsterdam 1862 - 1921 Amsterdam
Diepenbrock wilde dirigent worden, maar studeerde klassieke talen op aandringen van zijn vader. In 1888 promoveerde hij summa cum laude op een dissertatie over Lucius Annaeus Seneca, getiteld L. Annaei Senecae philosophi Cordubensis vita (Amsterdam, 1888). Vervolgens werd hij leraar aan het Stedelijk Gymnasium in 's-Hertogenbosch. In 1894 gaf hij die baan op en ging hij terug naar Amsterdam. Daar gaf hij privéles in klassieke talen om in zijn levensonderhoud te voorzien. Hij besteedde echter zo veel mogelijk van zijn tijd aan het componeren.
Als kind kreeg Alphons Diepenbrock les in piano en viool, later ook zangles. Op het gebied van componeren was hij echter volledig autodidact, al leerde hij veel van de adviezen van de bevriende componist Carl Smulders. Niettemin wordt hij, samen met Jan Pieterszoon Sweelinck, tot de grootste Nederlandse componisten gerekend.



